Todeskandidaten

De Duitsers waren vastberaden om represailles uit te voeren en zochten naar Todeskandidaten voor de wraak op deze aanslag. Er werd een lijst gemaakt van gevangenen in Apeldoorn die in aanmerking kwamen om te worden geëxecuteerd. Maar er werden ook gevangenen uit Zwolle, Deventer, Groningen, Amsterdam, Utrecht, Den Haag, Amersfoort gehaald. De 117 gevangenen die op de Woeste Hoeve zouden worden geëxecuteerd kwamen uit de gevangenissen van Assen, Zwolle, Almelo, Colmschate, Doetinchem en Apeldoorn. In totaal werden er landelijk 263 gevangenen gefusilleerd als represailles voor de onbedoelde aanslag op Rauter. Bij de 29 gevangenen uit Assen behoorden de gebroeders Albert Jan (28) en Bernard (31) Hartemink uit Dalen en Willem Mantel (50) uit Coevorden. Zij werden op 7 maart ’s avonds om half twaalf met veel kabaal uit hun cellen gehaald en op transport gezet. Zij kregen een pakje brood mee en er werd verteld dat ze naar Duitsland gingen om daar te werk te worden gesteld. Ze gingen echter naar de SD-Dienststelle in Apeldoorn. In de ochtend van 8 maart werden een aantal gevangenen met parachutekoorden geboeid. Daarna moesten ze plaats nemen in bussen en vrachtwagens. Een colonne van 7 voertuigen met voorop een motorrijder vertrok om ongeveer half zeven richting De Woeste Hoeve.

De bussen en vrachtwagens werden geparkeerd op 200 m. afstand van herberg de Woeste Hoeve op een grasveld bij de driesprong met de weg naar Hoenderloo. Gevangenen die nog niet geboeid waren werden ook alsnog geboeid met parachutekoord.
Achter de herberg stond een vuurpeloton gereed van ongeveer van ongeveer 50 Duitsers van de Waffenschule der Ordnungspolizei uit Amersfoort.
In groepen van twintig werden de gevangenen op een aanhanger naar de executieplaats gereden. Aan iedere groep werd voorgelezen wat de reden van hun terechtstelling was.
“Hier op deze plaats werd gisteren een aanslag gepleegd op een Wehrmachtsofficier. Als represaillemaatregel zullen verscheidene honderden personen worden doodgeschoten. Daar behoort u ook toe”.
De executies werden snel uitgevoerd. Elke vijf minuten werd een groep van twintig gevangenen opgehaald.
Een van de gevangenen probeerde te vluchten. Hij kon niet zo vlug wegkomen en bleef steken in de prikkeldraadversperring en werd neergeschoten.

De doden werden in een lange rij naast elkaar gelegd tussen de weg en het fietspad. Na de middag moest politie van Apeldoorn de lijken overbrengen naar de begraafplaats Heidehof in Ugchelen, voor identificatie werd geen tijd gegund. In een kuil van 50 meter lang werden de doden zorgvuldig er in gelegd in dezelfde volgorde  waarin ze langs de weg bij de Woeste Hoeve hadden gelegen en begraven. Achteraf was het daardoor mogelijk om vast te kunnen stellen uit welke gevangenissen de doden afkomstig waren.

Een week na de bevrijding op 25 april 1945 werd op de Heidehof begonnen met het opgraven en identificeren van de slachtoffers. Van veel doden heeft men de identiteit kunnen vaststellen. Ook waren er mensen op zoek die vermoedden dat familieleden of bekenden bij de Woeste Hoeve waren gefusilleerd.