XI. Landbouw en veeteelt

197. Staten “der uitkomsten van akkerbouw, veeteelt en verder voortbrengselen van landbouw binnen de gemeente Coevorden”, over de jaren 1837-'40. 1837-'40.
N.B. Van ieder jaar is voorhanden een specifieke en een verzamelstaat. De staten werden opgemaakt door burgemeester en wethouders.

198. Minuteel verbaal van het verhandelde bij burgemeester en wethouders met eene commissie uit de ingezetenen betreffende hun onderzoek der door den inspecteur-ingenieur-verificateur van hetr kadaster in Drente opgemaakte staten “nopens de middenprijs der granen en andere voorwerpen van den Drentschen landbouw, op de openbare markten alhier gedurende de jaren 1812-1826 en 1816-1826 zullende zijn verkocht”. 15 Sept. 1828.
N.B. De bedoelde staten waren voor het in den tekst omschreven doel aan burgemeester en wethouders toegezonden.

199. Opgaven “wegens den graan en aardappelen-verbouw”...... binnen de gemeente Coevorden”. 1842-'50.
N.B. Bij de opgave over 1842 is een specifieke staat aanwezig. De staten werden opgemaakt door burgemeester en wethouders.

200. “Staten der schaden door den hoogen waterstand te Coevorden geleden” in de jaren 1828-'30. Juni 1830 en z.j.
N.B. De staten werden opgemaakt door burgemeester en wethouders. Uit de staten blijkt niet, dat schadevergoeding aan de belanghebbenden is verleend.

201. “Staat bevattende eene aanwijzing der houders van vee in de gemeente Coevorden en van het getal runderen, paarden en schapen bij elk hunner in bezit of gebruik”. 9 Maart 1821.
N.B. Deze staat is opgemaakt door burgemeesteren. Hierbij een fragment van een concept voor dezen staat.
202. “Lijsten van de varkens .....”.- Minuteele lijsten der bij de ingezetenen van Coevorden aanwezige varkens. 1832-”47.
N.B. Het aantal varkens werd opgenomen door burgemeester en wethouders, jaarlijks in de maand November.

203. Minuteele “staat betrekkelijk de ziekte onder de varkens” in de gemeente Coevorden van 15 Juni-15 November 1845. 24 Nov. 1845.
N.B. Deze staat werd opgemaakt door het stedelijk bestuur, in antwoord op eene aanschrijving van den gouverneur van Drente d.d. 3 November 1845 No. 3262, die deze opgave vroeg in verband met den wensch van den minister van Binnenlandsche Zaken, een statistieke opgave te verkrijgen “van het aantal varkens, alsmede voor zover dezelve in sommige gemeenten door ziekten mogten zyn aangetast, ook daarvan onderrigt te worden.”