Geldersch Tijdvak

In 1504 werd Groningen, door Edzardt, Graaf van Oost-Friesland, uit naam van de Hertog van Saksen belegerd.

Drenthe ondersteunde, door toevoer van levensmiddelen en brandstoffen, Groningen. Om dit te beletten liet de Graaf, bij de Punterbrug, een blokhuis “Weerdenbras “genaamd, opwerpen. Groningen gaf zich over en verkoos Graaf Edzardt tot beschermheer. In 1515 belegerde Hertog George van Saksen Groningen; Edzardt in ’t nauw gebracht, droeg zijne rechten over aan Hertog Karel van Gelder.

In dien tijd was Jhr. Frederik van Twicklo, Drost van Coevorden. Als commandant over enig Bourgondische troepen deed hij de Gelderschen veel afbreuk. Alle handel op Groningen werd door hem verboden. De Groningers, hierover weinig gesticht, peinsden om Coevorden in hunne macht te krijgen. Terwijl Frederik van Twickelo op reis was naar Oost-Friesland werd Coevorden door de Geldersche ruiterij berend en ingenomen.

Het kasteel ging echter niet zo gemakkelijk. Twickelo, dit horende, kwam in allerijl terug en geraakte binnen het kasteel. Om de Gelderschen te verdrijven, liet hij Coevorden in brand steken. De gehele stad, uitgezonderd zes huizen, werd in as gelegd.

Karel van Gelder kwam met geschut voor ’t kasteel. Om de toevoer te beletten, liet hij ten Noorden van Coevorden een schans opwerpen. Nog in 1660 was een gedeelte van deze schans “de Geldersche schans”genaamd, met enige andere werken uit dien tijde zichtbaar. De Gelderschen deden groot geweld op het kasteel. Het garnizoen vocht dapper, maar geen uitkomst ziende, wilde het zich overgeven.

De commandant wilde hiervan echter niet horen.

Toen echter bijna het gehele kasteel onder de voet geschoten was, gaf het garnizoen zich op eerlijke voorwaarden over. Twickelo, die van geen overgave wilde horen, werd gevangen genomen. Karel van Gelder liet het kasteel weder enigszins herstellen en zijn wapen in den muur boven den ingang plaatsen. Dit wapen is nog heden ten dage aanwezig.

Tot Drost van Coevorden werd aangesteld Johan van Selbach, een Duits edelman. In november 1522 kwam Karel van Gelder te Assen en liet, op 15 november, de Stenden van Drenthe, in ’t Grollerhout vergaderen. Na lang aarzelen huldigden de stenden Karel, mits de privilegiën bezwerende.

Karel liet zich toen noemen “Karel van Egmond”, door Godsgenade, Hertog van Gelder, Graaf van Zutphen, Heer van Groningen, ‘d Ommelanden en der Landschap Drenthe.