Uitgever en boekverkoper Jacobus van der Scheer

Het boekenbedrijf is in Drenthe pas laat op gang gekomen. Tot in het begin van de 18e eeuw was het Landschapsbestuur voor boeken, druk- en bindwerk en schrijfbehoeften op de Groningen aangewezen. Daar kwam in 1714 verandering in, toen de Amsterdamse boekbinder Jan Lensin(c)k (die zich in 1695 te Meppel had gevestigd) een drukkerij inrichtte en tot Landschapsdrukker werd aangesteld. Gedurende de 18e eeuw waren in Meppel meerdere boekverkopers/binders werkzaam. Eén van hem, Albert Hammer geheten, verhuisde omstreeks 1765 naar Hoogeveen en werd daarmee de eerste boekbinder in die plaats. In Assen schijnt M.J. Sickens de eerste boekverkoper te zijn geweest; er is een uitgave van hem bekend uit 1796.

De tot dusver oudst bekende Coevorder boekverkoper is Jacobus van der Scheer, wiens eerste activiteiten als zodanig uit 1790 dateren. Prof. Prakke schreef in zijn studie over Jacobus’ zoon Dubbeld Hemsing van der Scheer:

 

,,Van Jacobus van der Scheer’s optreden als uitgever-boekverkoper is ons weinig overgeleverd. Ledeboer noteert bij hem enkel het jaar tal 1793, maar tekenen van zijn boekhandelswerkzaamheid zijn mij bekend uit 1790, 1796 en 1797. Het oudste teken is een door Mr. A. Haga, de Rijksarchivaris in Overijsel, in een onder zijn berusting zich bevindend handschrift, gevonden brief van J. van der Scheer van 11 nov. 1790.” Met de brief zond Van der Scheer een door hem gebonden ,,Beschrijving van den Hardenberg” terug en ,,op het vriendelijkste sollisitere ik daar de drukker en uitgever van te mogen zijn. Dit alles wat daar over hem wordt vermeld en ook in latere publikaties betreffende het geslacht Van der Scheer wordt hoegenaamd niets meegedeeld over de boekhandel van Jacobus.

 

Toch valt daar bij nader onderzoek iets meer van te vertellen. Er zijn ook aanwijzingen dat hij voorbijgangers heeft gehad, zelfs al in een grijs verleden. In het burgerboek wordt bij de 16e eeuwse burgers een zekere Jannes Boekbynder vermeld. Aangenomen dat hij zijn beroep ook werkelijk uitoefende, dan zal deze inwoner van Coevorden (van wie mij verder niets bekend is) toch wel Drenthe’s allereerste boekbinder (en verkoper?) zijn geweest. Afgezien van deze, wat onzekere, aanwijzingen is te Coevorder tot in de 18e eeuw waarschijnlijk niemand als zodanig werkzaam geweest. In de stadsrekeningen vinden we wel uitgaven voor schrijfbenodigheden, maar die werden van elders betrokken. Zo was in 1702 voor een schrijfboek drie gulden en drie stuivers en ,,van meede brengen” vier stuiver betaald. In 1713 kreeg Harm Stijgers zes gulden en 18 stuiver voor 1 riem papier, een pennemes, twee bos pennen en vrachtkosten.

Harm was op 12 december 1702 aangesteld tot bode van Coevorden op Amsterdam in plaats van de overleden Peter Ariaans. Hij zou ,,alle coopmanschappen, gelt, brieven en wat het ook soude mogen wesen hem toevertrout” moeten verrichten en overbrengen. Zelf moest Stygers zich van koopmanschappen onthouden; telkens wanneer hij vertrok, zou hij daarvan kennis moeten geven aan de presiderende burgemeester, ten einde te vernemen of er ook iets voor de stad mee te nemen of te verrichten viel.

Coevorden had ook een bode op Hardenberg in de persoon van Derk Berents, die op 30 september 1704 werd aangesteld om ,,’s weeks twemael of alle postdagen de couranten van den Hardenberg te halen, de brieven en andere dingen hem toebetrouwt wel en naar behooren heen en herwaerts te bestellen, sijn reisen soo haest doenlijk te verigten, voorts sig in alles wel te gedragen gelijk een vroom en opregt bode schuldig en verpligt is te doen…”

Derk had ,,reeds eenige jaren herwaerds het ampt als boode in die qualité bedient”, hij wordt in 1697 al vermeld als courantendrager.

Dat het stadsbestuur het beslist noodzakelijk achtte om met het nieuws op de hoogte te blijven. Blijkt tevens uit de aanstellintsacte van notaris Symon van der Straten tot agent voor Coevorden te ’s-Gravenhage. In de acte, dd. 1 oktober 1689, werd de voorwaarde opgenomen dat de agent verplicht was ,,alle weecken de nouvelles over t’senden, soo als bj andere steden en collegien gehouden wort…”

 

De oudste druk op naam van een Coevorder uitgever is waarschijnlijk het volgende pamflet: ,,Verhaal hoe Koevorden Door het Guarnisoen van Groningen stormenderhand is hernomen, Den 30 Dec. 1672. Nevens een Lof-digt over het heerlycke, vermaarde, oudst Bevolktste Landschap Drenthe. Koevorden J.H. Visser.” Het bevat een lijst van gevangenen en buitgemaakte munitie en is onder nr. 1815 opgenomen in de catalogus van een R.W.P. de Vries in 1911 gehouden veiling. Dit werkje is in 1913 opnieuw in een catalogus van De Vries opgenomen en wordt vermeld als zijnde zeer zeldzaam. Tot nu toe ben ik er niet in geslaagd het op te sporen en het jaar van uitgave wordt niet vermeld.

 

De herovering van Coevorden heeft indertijd diepe indruk gemaakt en er zijn in 1673 tal van plano bladen en brochures over verschenen. Daarom lag het voor de hand te veronderstellen dat ook de uitgave van de Coevorder versie in die tijd had plaatsgevonden. Een archiefonderzoek naar de uitgever heeft echter uitgewezen dat er in de 17e eeuw geen J.H. Visser in Coevorden woonde. Ook de spelling van de titel en vooral het bijgevoegde gedicht (dat bij de eigentijdse geschriften ontbreekt) doen vermoeden dat het drukje van latere datum is. Zo kan het b.v. ter gelegenheid van de 50-jarige herdenking (in 1722) zijn verschenen. Uit een artikeltje in de ,,Drentsche Volksalmanak”van 1840 (,,Gedenkdag van het jaar 1672”) weten we dat de herdenking lange tijd zelfs jaarlijks werd gehouden.

Als uitgever zou dan in aanmerking kunnen komen zekere Jan of Johannes Visser, die sinds 1717 wordt vermeld. Deze Visser was de enige Coevorder inwoner van die naam in de betreffende periode, hoewel uit niets is gebleken dat hij als boekverkoper werkzaam was. De schrijfboeken voor het stadsbestuur werden geleverd door Jan Lensink te Meppel. Misschien heeft Visser slechts een enkele maal iets voor zijn rekening laten drukken. Enig houvast geeft misschien zijn huwelijk, op 14 april 1717, met Anna Hartgers. Zij waren oom en tante van Maria Hartgers, de moeder van Jacobus van der Scheer, waarmee tenminste een verband is gelegd met de latere boekverkoper.

Jan Visser was geboren in Midlum (Oost Friesland) en diende tot circa 1720 als rustmeester (foerier?) onder kapitein Winsemius in het regiment Stad en Lande. Na zijn huwelijk met Anna Hartgers, dochter van Harmen en Maria Schild, betrok hij een woning aan de markt in het rot van de Friesestraat. Pas in 1730 liet hij zich als burger inschrijven en later wordt hij vermeld als pachter van de stadswinkelwaren. In 1749 of 1750 is hij overleden, zijn weduwe had een tapperij.

 

Tot zover enkele bibliopolische sporen te Coevorden voordat Jacobus van der Scheer daar zijn intrede deed.

Jacobus was in 1764 te Almelo geboren als zoon van de schoolmeester Jan van der Scheer en Maria Hartgers, die zich na de dood van haar man (in 1770) te Coevorden vestigde. Hij kreeg zijn opleiding eerst in Groningen en daarna in Deventer, waar hij ongeveer een jaar aan de Brink woonde. Misschien als inwonend leerling van de bekende Deventer boekdrukker en uitgever Jan de Lange. In 1782 keerde hij naar Coevorden terug en huwde in 1788 (vóór 7 juni) met Roelina Hemsink, dochter van de Peizer landbouwer Dubbeld Hemsink en Allerdina Ebbinge. Een jaar later werd hij burger en diaken en kocht voor f 2.400,- een huis van juffer A.G. Schilts, vermoedelijk in de Bentheimerstraat.

In 1790 is het ook werkelijk tot enkele uitgaven gekomen; in het letterkundig tijdschrift ,,De Boekzaal” van september wordt dat met de volgende aankondiging wereldkundig gemaakt:

 

,,Te Coeverden, by J. van der Scheer, en te Amsterdam, by A.B. Saakes (met wie Van der Scheer samenwerkte), in de Pylsteef, wordt heden uitgegeeven: 1. Gedichten, 1ste stukje, waarin de volgende Dichtstukken voorkomen: Damoa – Fanny – De Jeugd - Laura aan het Zeestrand – Laura aan den Weg – De Zomernagt – De Graven – De Sterveling – Aan de Maan – Aan de Avondstar – Herdenking – Aan den Dichter W., in een extra klein formaat, en zindelijk gedrukt, de prys is 6 st. II. De Nieuwe Hollandsche Hovenier, aanwyzcende wat men ’s maandelyks te verrichten heeft, door J.Z., in plano, de prys is 4 stuivers.”

 

Een zelfstandige uitgave heeft een ,,Reglement en vragt-lyst voor het toewagens gilde der stad Coevorden. Te Coevorden, By Jacobus van der Scheer, Boekverkoper, 1790. Dit is misschien wel zijn allereerste, want de opdracht tot betaling door het stadsbestuur dateert van 31 augustus 1790. Op de titelpagina is een nieuwe houtsnede afgedrukt met de afbeelding van een bisschop, een ridder en een draad, afgeleid van het Coevorder Wapen. Van der Scheer drukte 50 exemplaren en bracht daarvoor f 17,- in rekening.

In 1791 verscheen bij hem: ,,Kort onderwijs in de voornaamste Weetenschappen tot nut van jonge Lieden”, door J.G. Sulzer, professor te Berlijn, naar de 13e geheel verbeterde druk, uit het Duits vertaald. De prijs was 30 stuiver en het was mede te bekomen bij o.a. Lensink te Meppel. In datzelfde jaar vinden we G. Voogd te Meppel en J. van der Scheer als wederverkopers op het 1e nummer (5 januari 1791) van de dor tijl te Zwolle uitgegeven ,,Overysselsche Courant”vermeld. Ongeveer tegelijkertijd begon Van der Scheer met de uitgave van de Koevorder Almanak (1e jaargang 1791).

Bijzonder produktief was hij in het jaar 1792, toen bij hem en A.B. Saakes de volgende uitgaven verschenen.

J.C.F. Witting, ,,Stof tot onderhoudingen by Zieken en Stervenden”, uit het Duits vertaald, prijs 14 stuiver;

Professor Hegewisch, ,,Over de Tolerantie of Verddraagzaamheid”, prijs 8 stuiver;

,, De Nieuwe Oprechte verbeterde en vermeerderde Hollandsche Hovenier”, in plano gedrukt, om in de tuinhuizen op te hangen, prijs 5 stuiver;

H.G. Masch, ,,Godsdienst, Geloof en Deugd, in betrekking tot elkander beschouwd”, prijs 2 gulden en 16 stuiver;

A.(ndreas) Meyer, ,, Hoe zal eene Jongvrouw zich vormen, dat zy liefde en hoogachting waardig zij?”, naar de 5e druk, uit het Duits vertaald, prijs 14 stuiver.

De samenwerking met Saakes hield lang stand; nog in 1837 was hij de correspondent van D.H. van der Scheer.

 

Door J. van der Scheer alleen werden o.a. nog uitgegeven: L.J.F. Hoeofner, ,,Jus naturae singulorum hominum, societatum et gentium”, 1793, prijs f 1,40;

,,Lijst van de telling de volks van Drenthe”, 1796.

Clara Feyona van Raesfelt, geboren van Sytzama, ,,Kort begrip der geschiedenissen van Oud-Griekenland”, 1802. Het omvat 318 pagina’s, een voorbericht en ,,Aanmerking”. De schrijfster woonde in Heemse bij Hardenberg en over haar leven schreef Seerp Anema: ,,Een vergeten dichteres uit de achttiende eeuw”(Amsterdam, 1921). Daarin wordt over het in 1802 verschenen werk opgemerkt:,,Een alleronbenulligst vignet op het titelblad toont, dat Van der Scheer geen kunstenaar aan zijn zaak wist te verbinden.”

Jacobus was patriottisch gezind en nam, na de omwenteling van 1795, zitting in het nieuwe stadsbestuur. Kort daarna werd hij benoemd tot ontvanger van het heerdstedengeld en de grondschatting en tot stadsontvanger.

Zijn leveranties aan de stad bestonden o.a. uit schrijfboeken, papier, pennen, lak, inkt en het inbinden van geschreven protocollen. In 1795 leverde hij voor meer dan f 200,-, waaronder ook schrijfbenodigheden, lood en katoen voor de Franse troepen. Verder kennen we nog enkele particuliere afnemers van Jacobus van der Scheer. De weduwe Van Riemsdijk ontving in 1797 het vervolg van Wagenaar 18e deel en G. De Sigers ther Borch was hem in 1800 ruim f 57,- schuldig wegens geleverde winkelwaren.

In 1797 stierf zijn vrouw Roelina, die hem vier kinderen naliet. Tot voogden werden aangesteld: Gerrit Wildrik te Coevorden (hoofdmomber), Jan Hemsink uit Den Ham (Groningen), Allert Hemsink uit Grijpskerk en Gerrit Jan Meilink te Coevorden. Jacobus hertrouwde met Johanna Hendrika Wispelwey, vermoedelijk een dochter van Abraham en Berendina Wynvoorden, en kocht in 1803 voor f 2.500,- een huis in de Friesestraat van J.A. Wispelwey. In de patentregisters van 1806-’09 wordt Jacobus vermeld als boekbinder. Hij is in 1824 overleden; zijn tweede vrouw was al eerder gestorven. Dubbeld Hemsing van der Scheer, een zoon uit zijn eerste huwelijk, volgde hem op. Diens eerste uitgave is uit 1817.

Opmerkelijk is de aankondiging, d.d. 1-12-1824, van het door hem uit te geven werkje ,,De Reis, de Lotgevallen, den Veldtogt, de Gevangenneming en Terugkomst der Nederlandsche Gardes d’Honneur, onder de Regering van Napoleon Buonaparte”. Het is mij niet bekend of deze uitgave, die zou afhangen van het aantal personen dat intekende, is doorgegaan. Vermoedelijk was Van der Scheer, die in het corps diende en daarvan een dagboek bijhield, zelf de auteur.