Standgehouden

Het is de bedoeling heb ik begrepen, dat mijnerzijds in het kader van het thema “De vesting Coevorden” de betekenis van die andere belangrijke grensvesting in Noordoostelijk Nederland wordt belicht.

Vooraf dit: zeer veel van wat in het vervolg te berde zal brengen is ontleend aan dat aardige boekwerk “Bourtange, Schans in het moeras” van de hand van de Bourtangeramateur-historiva mevrouw Geeske S. Koeman-Poel  in 1893 verschenen bij de uitgeverij Stubeg in Hoogezand.

Vanouds loopt de Heerweg van Groningen naar Lingen en verder Wastfalen in over een smalle zandrug, de Bourtange, in het thans praktisch gesproken voormalige Bourtanger Moor, eens het grootste aaneengesloten hoogveengebied van Europa.

Volgens de naamgever van de club die ons hedenmiddag tezamen brengt, in 1660 neergeschreven – ik wil u dit niet onthouden, was het moeras ‘als grootte antiquiteiten niet door mensenhand gemaakt, maar verordineert door de Straffe Gods”, en daardoor voor de mensen die er ooit woonden een plaag en als een waarschuwing voor de nakomelingen. Aldus de medicus – theoloog Johan Picardt.

Lingen was nadat de laatste Tecklenburg wegens ketterij was afgezet in leen gegeven door de Duitse Keizer Karel V aan zijn trouwe veldheer Maximiliaan van Egmond. Zijn dochter Anna van Buren verkocht het graafschap ter gelegenheid van haar huwlijk met Willem vn Oranje in 1551 het graafschap aan de Keizer. Sedertdien werd Lingen gerekend te zijn het zeventiende van de Verenigde Nederlanden en maakte het als zodanig deel uit van onze gemeenschappelijke geschiedenis sedertdien, totdat het in 1702-1703 bij Pruissen kwam. Met deze achtergrond wordt het duidelijk dat Lingen, met enige onderbrekingen tot 1633 in Spaanse handen was en op grond van de leenuitgifte door merkwaardigerwijze de Staten van Overijssel in 1578 aan Willem van Oranje was toebedeeld, is het tot de dood van de Stadhouder-Koning als souverein Oranje bezit beschouwd, van grote betekenis was voor het verloop van de gebeurtenissen in Noord-Oost Nederland na het terugkeren van de Graaf van Rennenberg tot de Obediëntie des Konings op 3 maart 1880, het zogenaamde verraad van Rennenberg. Groningen maar ook Coevorden – met Steenwijk scheelde het een haar – waren daardoor wederom in Spaanse handen zijnde Lingen aan de Spaanse troepen in Groningen en Drenthe te verhinderen besloot Willem van Oranje, dat daar waar in de Boeren-tange tweede wagens elkaar konden passeren een versterking moest worden opgeworpen.

Deze eerste pogingen liepen en door geldgebrek en door Spaanse akties op niets uit. Pas in 1592, Coevorden was inmiddels in 1592 door Maurits veroverd, gelukte het Willem Lodewijk, die zijn intrek op de borg in Wedde had genomen, de Spaanse bevelhebber Verdugo te weerstaan en in betrekkelijk korte tijd een versterking in de vorm van een vijfhoek op te werpen.

Deze vijfhoek naderhand volgens plannen van Menno van Coehoorn uitgebreid, de grootste omvang werd omstreeks 1750 bereikt, is nimmer ingenomen, heeft elke vijand, behalve de tand des tijds kunnen weerstaan. Ook al waren de vestingwerken in tijd van vrede verwaarloosd, in tijden van nood wist men op tijd de vesting in staan van paraatheid te brengen en wist men stand te houden.

Zo’n tijd van nood brak aan in het rampjaar 1672. Had in 1593 de bouw van de vesting mede tot gevolg gehad, dat Groningen  in 1694 tot de Unie was teruggekeerd, de zogenaamde Reductie, zonder enige twijfel heeft Bourtange een rol van betekenis gespeeld in het standhouden van de stad Groningen in dat jaar.

De bekende Munsterse bisschop Christoffel Bernart von Galen, die in 1650 de bisschopszetel van prins-bisdom Munster had bestegen was er al eerder op uit geweest zijn oude vorstelijke gezag in Westerwolde te herstellen. Was dat in 1665 geweest, in 1672 was het menes: Von Galen viel opnieuw Nederland binnen evenals zijn bondgenoten de Aartsbisschop-keurvorst van Keulen en de Koning van Frankrijk. Engeland bekampte ons land ter zee.

Anders dan in 1665 leek thans het succes verzekerd. Enschede, Oldenzaal en Kampen vielen voor het “gouden” geweld van de bisschop, die van deze ammunitie ruim was voorzien door de Zonnekoning. Coevorden, als “onwinbaer” bekend, gaf zich in de nacht van 1 op 2 juli 1672 na een beleg van acht dagen over aan de vijand.

Bourtange hield stand. Op 13 juni 1672 was tot commandant van de vesting Johan Prott benoemd met de gelijktijdige bevordering tot sergeant-majoor.. Prott geboren op 29 september 1632 in een redelijk gegoede familie in de stad Groningen, had een avontuurlijk krijgsmanleven achter zich toen hij in februari 1672 was aangezocht door de Groningse Staten om als hun afgevaardigde Von Rabenhaupt aan te zoeken om het oppercommando van de strijdkrachten van de provincie Stad en Ommelanden nemen. Hij slaagde in die opdracht; net op tijd in juni 1672 aanvaardde Rabenhaupt het aangeboden commando.

Op donderdag 11 juli 1672 eisten vertegenwoordigers van de bisschop de vesting Bourtange op. Overeenkomstig de tactiek toepast bij de hiervoor genoemde Overijsselse steden die daarvoor waren gezwicht, poogden de onderhandelaars Prott en de zijnen om te kopen.

Geboden werd een som van 200.000 goud guldens en als dat niet genoeg was zou Prott het beste adellijke stift in Westphalen in bezit kunnen krijgen. De parlementairs werden heengezonden met de boodschap, dat voor de bisschop een overeenkomstig aantal ronde ballen of “coogels uijt loot gemaekt” gereed lagen om op het bisschoppelijk leger te worden afgeschoten.

De krachtige aanvallen van Munsterse zijde zijn allen door het hevige verzet van het garnizoen van de vesting en de krachtige leiding daarvan afgeslagen. Maar nog in de winter van 1673 op 1674 toen het moeras bevroren was, heeft het er enorm om gespannen.

Voor zover mij bekend is, waren de gebeurtenissen in 1672 en 1674 de laatste waarin de vesting werkelijk op de proef is gesteld. In 1681 bezocht de later Stadhouder-Koning de vesting Bourtange tezamen met enige and’re waaronder Coevorden. Zijn voorstel luidde: “Soo worde in bedenkinge gegeven, oft men niet mer meerder avantatie de frontieren soudenkonnen verseekeren langhs de Riviere de Eems, alwaer al reede de fortresse Lieroort leght.

De Deijlerschans wederom op te maken, de passsage tusschen de Rieviere ende de Bourtange, de aldaer nier over een uijre breed en is, met noch een fort te verseekeren, so souden de voorn: forten van de oude en de nieuwen Schans konnen worden geslicht”.

De Britse aangelegenheden hebben de Prins wellicht verhinderd deze plannen verder door te zetten. In elke geval zouden de zijn uitgevoerd, niemand had van een bronnenbad in Nieuwe Schans gehoord.

Het einde van Bourtange als vesting kwam gelijktijdig met dat van de vesting Coevorden. In 1850 werden zowel Coevorden als Bourtange uit de lijst van Nederlandse vestingwerken afgevoerd. De militaire bezittingen werden aan de Domeinen overgedragen om te worden verkocht. Het karakter van beide plaatsen veranderde. Aan de grens gelegen werden beide plaatsen punten van handel. Coevorden  een oude stad vanuit de Middeleeuwen komende heeft zich ontwikkeld tot de bloeiende plaats die het nu is. Bourtange officieel nimmer een stad geweest, heeft wel de aanduiding daarvan op de kaarten van Blaauw en zou daaraan in beginsel enige financiële voordelen kunnen ontlenen indien de omvang groter was geweest en de desbetreffende regeling uit de financiële verhoudingswetgeving niet zou zijn gewijzigd.

Bourtange is in verval geraakt, zo zelfs dat voor het voortbestaan van de plaats moest worden gevreesd. Dat is de reden geweest, dat de plaatselijke bevolking, het gemeentebestuur van Vlagtwedde waartoe Bourtange behoort na de opheffing van de zeijfstandige in 1822 is gaan behoren, de rijks en provinciale overheden eendrachtig tot de conclusie zijn gekomen de vesting te reconstrueren in de staat van ongeveer 1750 ten einde te worden getransformeerd tot een toeristische trekpleister in landschappelijk zo schitterende Westerwolde. De reconstructie is praktisch voltooid ook al zijn er nog wensen.

Coevorden en Bourtange, grensplaatsen met een roemrucht verleden maken zich op voor de tijden die komen, de tijden dat zij geen grensplaatsen in de wezenlijke betekenis van het woord meer zijn inhet Europa van na 1992. Dat is een toekomst die een duidelijk ander karakter heeft dan de toestand van heden. Geen personen- en goederencontrole meer, derhalve geen douane en Koninklijke Marechaussee meer aan de grens.

Een Europa waarin de accijnzen volledig of bijna volledig zijn geharmoniseerd, waar de verschillen in omzetbelasting tot een enkele procentpunt zijn afgenomen, waar wellicht in een verdere toekomst ook andere belastingen meer eenvormig zullen zijn evenals andere overheidsregelingen en voorschriften.

Toen enige jaren geleden de huidige Bisschop van Munster werd uitgenodigd om samen met de Commissaris der Koningin in de provincie Groningen de herbouwde  Munsterse poort te openen werd hij niet toegelaten dan nadat hij schriftelijk heeft moeten beloven nimmer meer gewapener hand Bourtange te willen innemen.

De ontwikkelingen zijn snel gegaan. Was er in 1580 sprake van een opstand dan wel burgeroorlog in het eigen land, binnen het eigen grondgebied, vonden in 1672 maar ook nog in deze eeuw de gevechten plaats tussen buurstaten, dat is iets wat in dit mensenleven praktisch gesproken ondenkbaar is geworden. Daarvoor kunnen wij niet dankbaar genoeg zijn.

Bourtange zal in het Europa van na 1992 standhouden, daarvan ben ik overtuigd, zoals het de afgelopen vier eeuwen onversaagd heeft standgehouden.

Ik dank u voor uw aandacht.