Coevorden: Poorte van de Landschap Drenthe

In het 16de eeuwse handelsverkeer van en naar Groningen nam de vestingstad Coevorden een zeer belangrijke plaats in. Gelegen op de droge zandrug in de onbegaanbare Zuiddrentse venen en moerassen was het strategisch zeer voorname en zo vaak omstreden Coevorden hèt knooppunt in Groningens, Westerwoldes en Drenthes handelswegen van en naar Midden- en Zuid- Nederland èn Duitsland. Het is dan allerminst verwonderlijk dat Coevorden ook tolstad was, waar de doortrekkende kooplieden met hun stuivers de beurzen der tolgaarders vulden.


Het verkeer kon via zes bruggen Coevorden in en uit: drie tolbruggen, één aan de Twentse Poort en twee aan de toegangswegen naar Drenthe. We moeten ons die laatste niet voorstellen als weg in de tegenwoordige zin, want die naam verdienden de paden door het woeste Drentse land zeker niet.

Een post op de rekening van de Coevorder tol van 1538 wijst daarop. Er worden vier stuivers betaald voor de aankoop van 25 ,,elsen staecken”, dar men (in 1536 en ’37) den faert (de weg) na der Drenthe meede bebaeckt hefft”. Hynrick Moeller krijgt voor ,,twee reysen dat hij – elck reyse als des van noeden gewest is – den faert bebaeckt” drie stuivers per keer. Deze voorloper der ANWB zette dus met staken de weg in het woeste terrein uit, om zo veilig naar Emmen en Groningen te kunnen komen.
Niet onwaarschijnlijk is het dat deze bebakening in het oorlogsjaar 1536 met opzet is weggehaald – om de vijand dwars te zitten -, zodat die in 1537 opnieuw aangebracht moest worden.
Over die oorlog meldt Picardt ons: ,, Anno 1536 heeft den Vry-heer Georg Schenck, Stadt-houder van Vrieslandt, uyt de name Caroli V, Covorden belegert als daer binnen Commandeerde Heer Johan van Selbach, Geldersche Drost tot Covorden en der Landtschap Drenth, en Overste over sekere Geldersche Troupen. En hoewel den Commandant en ’t Guarnisoen sich manlick verweerden soo zijn sy nochtans door gebreck van verscheydene saken ghenottsackt Covorden in den Winter op te geven: En in dese belegeringe is de Stadt Covorden wederom seer geschent en schadeloos gemaeckt.” 
Dat was ,,in luttel jaren” dat de stad vrijwel geheel verwoest en verbrand werd door het oorlogsgeweld.
Het zou niet de laatste keer zijn.