Nabeschouwing

De waterstaatkundige ontwikkelingen rond Coevorden in de 19e eeuw bieden ons vanuit Drents standpunt bezien, een treurig beeld. Een beeld van gemiste kansen, maar ook van slecht koopmanschap. Drenthe heeft zich bij de beoordeling van de vele verbeteringsplannen rond Coevorden meer laten leiden door de concurrentieverhouding tussen de Hoogeveensche Vaart en de Dedemsvaart, dan dat de verbetering van de waterstaatkundige situatie aldaar voorrang kreeg. De vraag kan gesteld worden, in hoeverre de grote invloed van de provincie Overijssel op de wateren in en rond Coevorden een onontkoombaar gegeven is geweest. Voor de doortrekking van de Lutterhoofdwijk tot in de grachten van Coevorden is dit zeker het geval geweest.

Drenthe was niet in staat om dit tegen te houden. Zeker niet nadat de Drentse Kanaal Maatschappij zijn plan om vanuit de Hoogeveensche Vaart een kanaal naar Coevorden aan te leggen, wegens financiële moeilijkheden moest opgeven. Nadien was de scheepvaartverbinding via de Lutterhoofdwijk en de Dedemsvaart voor zuid-oost Drenthe van grote betekenis. Dit kanaal als particuliere onderneming opgezet, had vooral tot taak de wateroverlast rond Coevorden te beteugelen. Dit is zeker niet de bedoeling geweest van de particuliere ondernemers. Zij hadden grote verwachtingen van een kanaal vanuit Coevorden tot in de Bargerveen. Toen dit kanaal te lang uitbleef en de Lutterhoofdwijk met Coevorden was verbonden, kwam de Maatschappij in financiële moeilijkheden. Vanaf dit moment heeft er voor Drenthe de kans gelegen om de afwatering van Coevorden in eigen hand te nemen. Dat Drenthe hierin niet is geslaagd, heeft zeker niet aan de Rijksregering gelegen, die bij herhaling heeft geprobeerd het kanaal door Drenthe te doen overnemen. Al te grote vasthoudendheid aan eigen plannen en vermeende provinciale belangen hebben dit geblokkeerd. De bemoeiing van de provincie Overijssel met de Drenthse wateren in en rond Coevorden zou tot in de zeventiger jaren van deze eeuw voortduren.

Najaar 1984
G.A. Coert.