De waterstaatkundige situatie

Het Drostendiep, Loodiep en Schoonebeekerdiep vormen de hoofdaderen van de zogenaamde kom van Coevorden. Deze ondiepe en relatief laaggelegen kom rond Coevorden ontvangt het water uit een stroomgebied van ongeveer 35000 hectare. Ongeveer 10000 hectare hiervan is in Duitsland gelegen. Het in de kom van Coevorden samenstromende water moet worden afgevoerd naar de Vecht, waartoe tot in het midden van de 19e eeuw de Kleine of Coevordense Vecht ter beschikking stond. De Kleine Vecht was een kronkelend riviertje van beperkte afmetingen, dat bij de Haandrik in de Vecht uitmondde. Voor een gedeelte vormde de rivier de natuurlijke grens tussen Drenthe en Overijssel. Zoals gebruikelijk met riviertjes en watergangen in vroegere tijden werd het onderhouden door de aangelande eigenaren. Dit waren ingezetenen van Coevorden en Gramsbergen. De Kleine Vecht heeft door de tijden heen veel moeilijkheden en problemen gegeven. Deze moeilijkheden werden niet alleen bepaald door de aard van het riviertje, maar vloeiden tevens voort uit het wispelturige gedrag van de Grote Vecht. Deze voor Noordnederlandse begrippen grote rivier voert water aan vanuit een Duits gebied ter grootte van ongeveer 150.000 ha. Dit grote achterland veroorzaakte bij meer dan normale neerslag sterke en plotselinge waterstandsstijgingen op de Vecht. Grote gebieden werden dan geïnundeerd.

Vechtwater

Het Vechtwater stroomde de Kleine Vecht binnen, waardoor niet alleen de afstroming van de Kleine Vecht werd belemmerd, maar ook de gronden ten zuiden van Coevorden onder water kwamen te staan. Deze situatie was in de wintermaanden normaal. Men beschouwde dit ook niet als een gewone wateroverlast. Sprake van wateroverlast was er eerst als het inundatiewater in het voorjaar niet snel genoeg wegtrok en hoge waterstanden in de zomermaanden de hooioogst en de landbouw op de wat hogere gronden bedreigden. Uit het bovenstaande kan worden begrepen, dat het vooral de Vecht is geweest die de waterstaatkundige problemen rond Coevorden veroorzaakte en vrijwel een eeuw lang doeltreffende oplossingen in de weg stond. Dit houdt overigens niet in, dat er in en rond Coevorden geen knelpunten lagen.

Fort Verlaat

De regeling van de waterstand in de vestinggrachten vond plaats door middel van het Fort Verlaat. Deze schut- en keersluis lag tussen de bastions Friesland en Overijssel en was door een uitbouw van de vestingmuren beschermd. Oorspronkelijk was de sluis met vallaten ingericht. De schepen voeren onder de opgetrokken deuren door. Het gebruik en de capaciteit van de sluis waren van grote betekenis voor de groenlanden langs de boven Coevorden gelegen riviertjes. Door de eeuwen heen is er geklaagd over te hoge waterstanden veroorzaakt door het hoog opstuwen van het water boven het verlaat. Juist benedenstrooms van de uitmonding van het Drostendiep in de vestinggracht lag een tweede verlaat. Deze sluis was van meer secundaire betekenis.De vele klachten over te hoge waterstanden boven Coevorden Zullen wel aanleiding zijn geweest voor de bouw van twee hulpverlaten in de Trageldijk, zuidelijk en noordelijk van het Fortverlaat. Bij de vernieuwing van het Fortverlaat aan het einde van de 18e eeuw zijn deze hulpverlaten buiten werking gesteld. De sluis was tevens het middel waarmee de militaire inundaties konden worden bewerkstelligd. Men onderscheidde de kleine en de grote inundatie. De kleine inundatie omvatte het sluiten van het Fortverlaat, waardoor het water in de grachten en in de bovenstrooms van Coevorden gelegen riviertjes werd opgezet. De lage oeverlanden boven Coevorden en de gronden tussen de vesting en de Trageldijk werden hierdoor geïnundeerd. Het aldus verzamelde water kon worden gebruikt voor de grote inundatie. Voor deze inundatie lag er bij de Hultenboer, vrijwel een uur gaans buiten Coevorden, een inundatiekade.

Door het openen van het Fortverlaat, het afdammen van de Kleine Vecht bij de Hultenboer en het doorsteken van de zomerkade rond de Coevorder Mars, kon een uitgestrekt gebied worden geïnundeerd dan wel worden dras gezet. Eveneens konde de in Overwijssel gelegen Reddesloot en het Radewijker beekje worden afgedamd. In figuur 3 is het inundatiegebied aangegeven.