Hoofdstuk VI De bevrijding

Burgemeester Slingenberg kwam op 7 mei 1814 met de volgende proclamatie:

"Het provinciaal bestuur van Koevorden aan alle inwoners van Koevorden: "Heil", Eindelijk is het gelukkige ogenblik geboren dat wij, verlost van het juk der slavernij, waaronder de ingezetenen van Nederland onder de regering van Napoleon zo lang hebben gekromd gegaan en welk juk wij tot hiertoe hebben moeten torschen, door de goede Bestuuring van de Voorzienigheid mogen deelen in de Algemene Blijdtschap van de bewoners van ons dierbaar Vaderland, te meer daar het Bestuur dezer Vesting erbij kan voegen, dat wij wederom teruggebracht zijn onder de regering van het Huis van Oranje, waaronder wij en onze voorvaderen steeds gelukkig en voorspoedig geleefd hebben.

Wij eerbiedigen dus den Zoon van Willem den Vijfde als onze wettigen souverain. Het past ons allen den hoogen Albestuur van ’s Waerelds lotgevallen daarvoor onzen opregten Dank te betuigen. Betamende vreugde met orde is nu geoorloogd. De Heer Baron van de Capelle, die als Commissaris van onze souverain in naam van dezelfde deze vesting in bezit heeft genomen en welke wij voor de goede orde handhaven, en niet dankbaar genoeg kunnen zijn, is hiervan ten volle over. Dientengevolge moedigt Zijn Hoog welgeborene alle de Ingezetenen bij dezen aan, om deze avond hunne rechtmatige vreugde door het verligten van hunne huizen aan de Dag te leggen, terwijl al verder hunne Ingezetenen, welke daartoe mogten genegen zijn, wordt toegestaan om hedenavond na Agt Uren en alleen op de Markt, Zwerms (voetzoekers) en andere Vuurwerken te mogen afsteken.

Het Provinciaal bestuur vertrouwt dat niemand der Ingezetenen deze vreugde door Enige Baldadigheid of ongeregeldheid zal storen, terwijl het bestuur mede in naam van den Heer Baron van de Capelle bij dezen verklaart dat degenen welke op anderen plaatsen dan op de Markt vuurwerk mogen afsteeken of de Regtmatige vreugde door enige ongeregeldheden mogt verstoren, dadelijk zal worden gevat en als verstoorder der Rust "gestraft".

Koevorden den 7 mei 1814"

Nou, dat was me nogal wat voor de oude patriot Slingenberg om openlijk te verklaren dat het onder het "Oranjehuis" nog zo slecht niet geweest was.
De bekwame Slingenberg bleef in Coevorden aan het roer. Hij begon met orde op zaken te stellen en al spoedig bleek dat er nogal wat schadeloos te stellen was. In een lijst, opgezonden naar de Commissie van Liefdadigheid te Sneek, werden in Coevorden als zwaarst gedupeerden genoemd:

  • Geert Gruppen, 42 jaar, ƒ 5000,-- schade waaronder zijn eigen behuizing. Heeft overgehouden enige paarden, beesten en schapen en weinige huismeubelen, benevens een boerenplaats op het klooster, doch zijn al deze goederen maar met schulden belast dan zijn waardig zijn.
  • Gerrit Scholten, 40 jaar ƒ 4400,-- waaronder de helft van de Olymolen, heeft overgehouden ƒ 500,-- doch heeft aanzienlijke schulden.
  • Harm scholten, 48 jaar ƒ 4000,-- zijnde de (andere) helft van de Olymolen. Heeft nog wel een woning en huismeubelen, doch die zijn alle meer dan de waarde verzwaard.

Het was een lange lijst van Coevordenaren die te lijden hadden van het Franse garnizoen. Ingezetenen die buiten de vesting woonden waren "Koorn., Hooy, Stroo en Turf" kwijt, terwijl een gedeelte van hun vee binnen de wallen gesleept was en door de Fransen opgegeten. Voor de door Fransen vernielde Rode Brug (Bentheimerbrug) was een bedrag nodig van ƒ 475,--

Door de blokkade was Slingenberg helemaal niet op de hoogte van de verplichtingen en van de orders en wetten als ook van de verdere bestuurlijke gang van zaken. Een nieuwe bestuursmaatregel was ook op hem zelf van toepassing: sinds 28 januari 1814 was zijn aanspreektitel "maire" veranderd in "burgemeester". Op 18 mei kwam de gouverneur van het landschap Drenthe – L. Hofstede – naar de stad om de politieke in bezitneming verder uit te werken.
Hij eiste van de burgers gehoorzaamheid aan de Souverain, ondergeschiktheid aan de wet, gepaste eerbied aan het Landschappelijk en Stedelijk bestuur. Maar vooral: eensgezindheid en een volkomen verzoening!! (alsof die er na zoveel Franse jaren nog niet was!).

De burgers kregen voor dit alles ook nog wat terug:
Alle voorrechten van een billijk en gematigd bestuur van vrijheid en van godsdienst. Tot besluit van zijn toespraak volgde een luid: "Leve Oranje en Heil aan het Vaderland".

Coevorden zou van nu af weer een deel van het Koninkrijk der Nederlanden zijn, dat na 16 maart 1814 bestaat uit de Noordelijke Nederlanden (is oude Republiek) en de Zuidelijke Nederlanden. Aan het hoofd: Koning Willem I.

Van het ideaal der Patriotten ui 1795, de vrije verkiezingen van representanten door vrije burgers is nu niets meer overgebleven. De bezittende klasse ging weer regeren, voor het gewone volk zou het nog heel lang duren voor het een stem had.

Was in de andere provincies de bezitname geregeld, door een hoge ambtenaar, in onze provincie was het de gouverneur zelf, daar het aantal militaire objecten niet zo erg groot was.

In het historisch gedenkboek van K. Lijndrajer wordt gesproken over een defilé voor van de Capelle, terwijl als vestingscommandant benoemde Quesen helemaal niet genoemd wordt. Ter verduidelijking, van de Capelle is een baron. Op 8 mei werd de landstorm op 100 man na ontbonden, dit restant moest nog zorgdragen voor de bewaking van het buitgemaakte geschut. Enkele dagen later mocht ook dat naar huis.

Er vond 15 mei een plechtige godsdienstoefening plaats, waarin ds. A. Meyer God dankte voor de gunstige afloop. Dezelfde dominee had reeds in 1796 vanaf de kansel zijn mening openbaar gemaakt: van die rare Fransen moet hij ook toen al niets hebben. Dit danken aan God was trouwens ook te lezen in het Staatskundig Dagblad van de Provincie Groningen van 24 mei 1814. Het artikel besloot met de wens dat "de God van Nederland onze kinderen genadiglijk behoeden wil voor de bloedige tonelen, die wij gedurende de laatste lange maanden voor ogen hadden: Tonelen die nu wel door mijne Vaderlijke hand goedgunstig zijn veranderd, doch waarvan evenwel de verarmde burgerij en de verwoeste omstreken langen tijd het heugenis zullen behouden". Hier werd begrip opgebracht voor de minder rijken, dat was voor de Franse tijd nooit mogelijk gebleken!!

Burgemeester Slingenberg begroette op 18 mei 1814 samen met enkele leden van de stadsregering gouverneur Hofstede. Plaats: gemeentegrens, tijd, enkele minuten voor twaalf!!

De inwoners van Coevorden worden nu ontslagen van hun eed aan het vorig bewind. De stad en vesting Coevorden kwamen nu onder de Souvereine Vorst.

In zijn feestrede toone Hofstede zijn grote vreugde over het ontstaan van de eigen provincie Drenthe: gedurende zoovele jaren van druk en beproeving, waarin dit landschap beurtelings vaneengescheurd of als bijvoegsel tot een ander gewest eigendunkelijk weggeschonken, ook uit deze hoofden veel geleden heeft, zijn gij thans delende in de zegeningen van een eigen landschappelijk bestuur".

We zouden dus weer een woordje meespreken. Aan de toon in bovenstaande feestrede te horen was dit echter niet voor de gewone burgers weggelegd. Voor de verzetsgeest had Hofstede helemaal geen waardering, Hij prees zelfs (!) "de gepaste voorzichtigheid en de berusting die de Coevordenaren in de Franse tijd aan de dag gelegd hadden".

Bij burgemeester Slingenberg werden alle ambtenaren beëdigd in naam van de Souverein Vorst. Hierna hield Hofstede een receptie voor autoriteiten en particulieren, waarna de vestingwerken bezichtigd werden. Na deze bezichtiging vond een gezamelijke maaltijd plaats. Of hier ook afgevaardigden van de burgerij bij aanwezig waren, heb ik nergens kunnen vinden. Wel werden vele toasts uitgebracht op die toch zo fijne bevrijding-

Coevordens’ rol in de vaderlandse geschiedenis zou voor de komende 125 jaar niet meer van belang zijn.