Hoofdstuk V David "Commandant superieur" af

Het is moeilijk te zeggen hoe luitenant-kolonel David zijn einde als vestingcommandant gezien heeft. De zeer fanatieke Napoleon-aanhanger David, was tot nog toe niet te overtuigen geweest van een onmiddellijke overgave. De laatste weken van de belegering heeft hij zich echter niet altijd even netjes ten opzichte van de burgerij gedragen! Hij plukte waar hij maar kon en omdat hij nogal slecht in het geld voor zijn soldaten zat, bood hij voor hoge prijzen wijn en andere zaken aan. Maire Slingenberg weigerde dit aanbod waarop de hele burgerij met wegjagen bedreigd werd. Zo moest deze “koop” wel doorgaan; maar toen bleek dat de kwaliteit van de wijn zeer slecht was, ontstonden opnieuw moeilijkheden!

Op 24 april 1814 stuurde David aan de burgemeester èn de gemeenteleden de volgende brief:

Coevorden, 24-4-1814
In staat van beleg

Hoofdscommandant van de plaats Coevorden aan:

Meneer de burgemeester en de gemeenteleden van dezelfde stad.

Meneer de burgemeester,

Tot op dit moment heb ik uw stad zelfs tot in de kleinste details bevoorraad, het 
benodigde geld, waarin ik me weliswaar heb ingevonden voor de verschillende diensten van het garnizoen heeft me verplicht een deel van de bevoorrading voor het garnizoen van de stad aan U in contant geld uit te keren.
U heeft de hebzucht en de woeker opgedreven tot het willen winnen van 30 tot 80%. U bent dus één van die mensen die slechts de lage interesse kennen, ik verklaar U schuldig; ik minacht en vertrap hun wil en hun dankbaarheid, tegen zulke individuen ben ik gedwongen op te treden.
Bijgevolg beding ik een geldelijke bijdrage, de somma van 8000 florijnen op alle inwoners van de stad. Als morgen om 8 uur ’s morgens deze som niet aan mij is overhandigd, zullen de inwoners buiten de stad worden gezet en neemt het garnizoen hun woningen in beslag! Denkt U aan de actie, en voor mijn vijanden, aan mijn vastberadenheid, mijn moed en mijn strengheid gelijk mijn goedheid en mijn vergevingsgezindheid jegens mijn vrienden.


Het genoemde bedrag ad 8000 florijnen moest door 146 rijke burgers bijeen gebracht worden. Op 25 april ’s morgens om 12 uur had David zijn buit binnen. Dit bedrag is aan de betreffende burgers nooit terugbetaald, ook niet bij de verrekening van de kosten van het beleg. Het gouvernement vond het een requisitie die zonder belofte van betaling was gedaan!

Als op 3 mei een Bourbons en een Hollands officier in de stad verschijnen met de mededeling, dat Lodewijk XVIII Koning der Fransen is, betekent dit bericht voor David het einde. Napoleon had afstand van de troon gedaan! De oranje kokardes werden opgespeld en volgende dag wapperde op de hervormde kerk de oranjevlag. Als regeringscommissarissen regelden van der Capelle en Quesen met David de overgave. Het zou ook tijd worden: reeds op 23 april was besloten dat de vestingen en fortificaties in de provinciën der Verenigde Nederlanden binnen 10 dagen moesten worden overgegeven!

Op 7 mei trok het Franse garnizoen uit, 800 soldaten marcheerden voor de laatste keer af. Wel met de volle krijgseer en met medeneming van 3 veldstukken. Bestemming was Rijssel, dat ze 24 mei bereikten. De oost-Friezen en Hollanders uit het garnizoen mochten naar huis. Ten gevolge van de voorwaarden van de overgave moesten de Fransen nogal wat achterlaten: 98 stukken geschut, 40 mortieren en houwitsers en zo’n 90.000 pond kruit (de belegeraars zouden dus wel warm onthaald zijn). Voor het nog niet zo best uitgeruste Staatsleger was dit welkome aanvulling. Als de vijand vertrokken is rukken 2 compagnieën van het 8e bataljon de vestingen binnen, weldra gevolgd door de landstorm.

Coevorden was weer vrij!