Hoofdstuk IV Rondom de vesting

Het beleg rond Coevorden zou zeker niet zomaar afgelopen zijn. De belegeraars hadden nl. niet voldoende middelen om de vesting te nemen. Slechts twee kanonnen stonden ter hunner beschikking. Het aantal der Fransen was 50x zo groot!! En dan zou het ook nog levens van burgers kunnen kosten, dus wat stond hen anders te doen dan: wachten.

Als de commandant op 9 januari weer eens de overgave weigert, willen de belegeraars met een krijgsplan David tot overgave dwingen. 25 januari worden in alle omliggende dorpen de noodklokken geluid. Door alle beschikbare mannen- maar 3900! – Kozakken, landweerkorpsen en veteranen, wordt een cordon om de stad gelegd. Het onder water gezette gebied leverde hierbij wel de nodige moeilijkheden op. Als men bovendien rekent dat de motivatie bij de boeren nog wel eens ontbrak, is het toch wel de grote verdienste van W.H. Baron van Heemstra geweest, dat hij dit alles in ordelijke banen wist te leiden. Hij wordt benoemd tot commandant en chef van het beleg van Coevorden. Uit het onderstaande versje blijkt wel hoe populair deze van Heemstra was:

Van Heemstra is een dapper man.
Daar ’t Vaderland op roemen kan:
Een Held die onze sterke Vest.
Bewaard heeft door zijn moet en best:
Die ons geweest is tot een vader,
Een helper, redder en een raadder.

Zoolang Koevorden zal bestaan,
Zal Heemstra’s roem hier niet vergaan,
Maar zal die naam in eer steeds wezen,
En eeuwig nevens God geprezen:
Die aan den Naneef wordt gemeld:
Van Heemstra is een dapper held.


Ketelmuziek klonk over de velden, overal brandden grote kampvuren. De Kozakken hadden het druk met af en aanrijden. Uit een batterij van 2 twaalfponders die speciaal hiervoor door enen kolonel Busch van voor Delfzijl gestuurd waren werden schoten afgevuurd! Als het kanon uit de vesting gaar meepraten, wordt kapitein Kruseman naar de poort gezonden. Hij heeft een brief bij zich, die David uitnodigt om vanaf de wallen eens te gaan zien hoe men zich gereed maakt voor de aanval. Binnen twee uur moest hij zich overgeven, anders zou alles overgelaten worden "aan de woede van het lang getergde volk". Kruseman kreeg als antwoord, dat David ziek was, doch het antwoordt zou de volgende dag gegeven worden.

De boeren werden naar huis gestuurd, maar de parlementair die zich weer voor de poort meldde, kreeg geen antwoord. Pas op 29 januari deelde David mee, dat hij eerst "het kanonsvuur" van de vijand wel eens wilde afwachten. David had de graaf van Limburg Stirum, in wiens naam de vesting was opgeëist, beleefd willen antwoorden, maar door de bedreigingen van van Heemstra, van der Hoya, Kymmell en Quesen, wees hij de overgave nu af. In een particulier schrijven stelt van Limburg Stirum van Heemstra voor David om te kopen voor zo’n ƒ 25000,-- hiertoe wordt echter niet overgegaan. Als de geallieerde bondgenoten op het punt staan Parijs binnen te vallen, wordt Coevorden nog eens opgeëist, weer echter een weigerend antwoord.

Al was de Franse bezetting dan niet in staat om de gehele vesting bij een aanval goed te verdedigen, de aanvallers hadden ook hun problemen. Hun bewapening was van zeer slechte kwaliteit, terwijl ook de kwantiteit nogal te wensen overliet! De bevelvoerders moesten soms op eigen crediet buskruit bestellen!

De bezoekende kroonprins betuigde wel zijn tevredenheid over de houding van de militairen en landstormers en beval nog eens extra waakzaamheid. Over wapens werd niet gesproken. Toen de latere Willem II langs de buurtschappen de Ballast en de Loo naar Dalen reed, was hij enkele keren het mikpunt van musketvuur vanaf de wallen; zijn nogal opzichtige bos wit haar zal hier wel debet aangeweest zijn.

De belegeraars waren niet altijd zo eensgezind. Zo is er een beschuldiging opgetekend door Jonkheer D. van de Wijck van de Klenck t.a.v. Kymmell, de bevelhebber der landstormers. Kymmell werd beschuldigd van o.a. lafheid en dronkenschap. Hij moet zich van de commissaris verantwoorden, vaarna zo’n 22 officieren zijn verklaring ondertekenden, die nu juist Kymmells goede gedrag aanhaalde en de gevangenneming van van der Wijck eiste! De Commissarissen-Generaal werden erin gemengd, maar zij durfden geen beslissing te nemen en verwezen naar de Commissaris. Deze wilde zich er verder niet mee bemoeien en vroeg de president van de Asser rechtbank om hulp. Tot een uitspraak is het nooit gekomen, wel werd Kymmell later benoemd tot vaste commandant en kapitein der landstorm.

De erg strenge winter van 1813-1814 was ook voor de belegeraars niet altijd even plezierig. Op zeer verschillende manieren wapende men zich dan ook tegen de vorst. De vraag naar drank nog vele malen groter! Er werden dan ook behoorlijke hoeveelheden naar binnen gewerkt. In één week: 18½ anker jenever, 6 anker wijn, 1½ anker brandenwijn (1 anker is ca 45 flessen). De officieren stelden op een bepaald moment dat zij per hoofd 1 fles wijn per dag wensten. Dat ook de lagere manschappen zich echter aan drank te buiten gingen wordt nergens vermeld.

De Kozakkenhulp rondom Coevorden was eigenlijk meer moreel dan daadwerkelijk. Zij zijn nergens lang gelegerd geweest. Op 21 december was nog een eskadron te Gramsbergen, terwijl 27 december nog twee regimenten ingekwartierd waren te Hardenberg (zij kwamen bij de Franse uitval naar deze stad echter wel goed van pas).

Op 10 maart verlaten een 40-tal inwoners de stad gelukkig konden zij door toedoen van Cassa worden ondergebracht in Wachtum. Het was slechts 1/7 gedeelte van het totaal aantal personen dat gedurende het beleg de vesting uitgezet werd. In het begin werden deze burgers steeds doorgelaten, doch het was voor de belegeraars steeds moeilijker om ook hen van voedsel te voorzien. Blokkade-commandant Quesen die van Heemstra was opgevolgd vroeg bij het departement van oorlog een machtiging aan om deze mensen weer terug te mogen sturen. Er zijn gevallen bekend van groepen die 20 dagen tussen de linies zwierven, waarna het eind van het liedje was, dat David hen weer binnenliet.