Hoofdstuk II Fransen te Coevorden, een omwenteling

In Coevorden veroorzaakte de komst van de Fransen geen felle botsingen tussen Patriotten en Prinsgezinden, dit was vooral te danken aan het garnizoen, dat orde en rust handhaafde. In Coevorden kregen de Patriotten voor 1795 nog geen kans, er was echter wel onvrede. Bijvoorbeeld het IJzerkoekenoproer in 1777 en de moeilijkheden met de Bentheimer voorlieden. Onder aanvoering van Slingenberg voelde de Coevorder magistraat blijkbaar de komende moeilijkheden goed aan. Zij benoemde de jonge Patriot B. Slingenberg in 1795 tot secretaris.

Deze maatregel zou hen hun baantjes echter niet doen behouden. De Franse soldaten werden ook in Coevorden als bevrijders binnengehaald. De Engelse legercommandant leek nog even voor moeilijkheden te gaan zorgen; de achterblijvende bezetting – ca 800 man – kreeg de opdracht de vesting tot het uiterste te verdedigen!

Toen de Franse troepen de stad steeds dichter naderden, trokken de Engelse troepen terug naar Hannover. De magazijnen waren vernield en de kanonnen wel vernageld. Over het aantal Engelsen in de vesting rond 1795, bestaat geen zekerheid. De Groninger Courant van 24-2-1795 schrijft over zo’n 5000 man! In vond een inkwartieringslijst van februari 1795 met zo’n 1200! Engelsen.
Een door de Engelsen uitgezonden patrouille beleefde het volgende: "Richting Hoogeveen trekkend, hoorde de patrouille dat de trom geroerd werd. De Engelsen vroegen een boer wat het voor getrommel was, waarop de landbouwer antwoordde: "Dat zijn de Carmagnolen" (Jacobijnen). Hierop maakte de patrouille dadelijk linksomkeert naar Coevorden, om verslag uit te brengen. De hele bezetting nam hierna de benen". Maar wat was nu het geval? Het getrommel kwam uit een kerk in Hoogeveen, waar boeren exerceerden met stokken. De krant besluit het stukje als volgt: "Men moet wel een Engelsman zijn om zoo te lopen". Er is bij de Franse inname geen schot gelost!"

Aantekeningen van B. Slingenberg

De Patriot B. Slingenberg, liet zo hij de kans kreeg, de poorten bezetten door burgerwachten en de "vrijheidsboom", een denneboom, werd op 11 februari geplant. Er vond een vergadering plaats in de kerk waarbij de burgerij de volgende burgers koos in het Committee Revolutionair: dr. H. v.d. Bosch, J. v.d. Wijck, M. Luinge en B. Slingenberg. De laatste doet niet mee als de anderen de leden van de magistraat van hun posten ontheffen, omdat ze niet door de stem des volks, dus op onwettige wijze, tot kun regeringsposten gekomen waren.

Intussen zijn ook de Franse troepen Coevorden binnengetrokken, bestaande uit eenheden van Cavallerie en Infanterie, samen zo’n 1000 man. Zij werden door het nieuwe Committee en een groot deel van de bevolking verwelkomd.
De volgende dag riep het "Committee Revolutionair" de gezamelijke burgerij bij elkaar in de kerk om er kun representanten te kiezen. De schulte van Coevorden, Dalen en Oosterhesselen, Georg Rudolf Wolter Kymmel werd ontslagen uit zijn functie; -hij werd nog wel bedankt-.

Kymmel stond bekend als een echter Oranjeklant en was dus onmogelijk op zijn post te handhaven. De bijeengekomen burgers kozen nu voor de tijd van twee maanden 12 representanten uit hun midden, waardoor de gekozen stadsregering een feit was. Berend Slingerberg werd secretaris. Voor het eerst hadden de burgers van Coevorden op democratische wijze mogen meespreken in de samenstelling van het bestuur van hun stad. De representanten werden op 12 maart op – hun verzoek – met vier personen uitgebreid, nl. dr. J.H. v.d. Bosch, Jacobus v. der Scheer, Kars van Tarel en F.H. Mulder. Boven ieder raadsverslag zal tot 19 april 1976 in het vervolg staan: (in de archieven vond ik ze echter tot na 1797) "Gelijkheid, Vrijheid, Broederschap", om dan te beginnen met "Medeburgers", in plaats van "Mijne Heren". De brieven eindigden met de dagtekening, bijvoorbeeld 2e jaar der Bat. Vrijheid.

De mensen die wilden deelnemen aan de verkiezingen moesten in bijzijn van het stadsbestuur een verklaring afleggen: "Ik verklare in de tegenwoordigheid van het Opperwezen, dat ik hier verschijn als een geheel vrij en onafhankelijk burger enz". "Niet onder ede maar d.m.v. handtastinge". De nieuwe representanten zetten in juli 1795 alle functionarissen uit kun posten, onder hen was ook de lantaarnopsteker! Na het afleggen van en verklaring worden de volgende ambtenaren opnieuw aangesteld: de stadsdienaar, twee lantaarnopstekers, vier wachtslieden, (rotmeesters) de ontvanger van het heerdstedengeld (!) en de grondschattingen, de vroedvrouw, de brandmeester, de postmeester, de bode op Swol, de cousantier (koetsier) op den Hardenberg, de doorgraver, de aanspreker, de nachtwaker die tegelijk ook omroeper was, twee schutters, een gasthuisvoogd, een kerkvoogd, en een stovenzetster. Dit ambtenarencorps was nog niet zo omvangrijk doch dat was voor het Coevorden van die dagen ook niet nodig.

De Patriotten zetten in vele zaken het mes, zo ook in de kerk. De Nederlands Hervormde Kerk hield nu definitief op de enige toegestane staatskerk te zijn. Er kwam Vrijheid van Godsdienst. In Coevorden was men hierin als wat "verder gevorderd" in tegenstelling tot de rest van Drenthe, waar bijna alle gezinnen nog volgelingen van de Nederlands Hervormde Kerk waren. Wat was namelijk het gevel, de garnizoenscommandant van Coevorden had zijn R.K. militairen toestemming gegeven om in het Duitse Laar naar de kerk te gaan. Dit had tot gevolg dat er nogal wat soldaten deserteerden. Vanaf 1786 werd er in alle stilte in een particulier huis de mis opgedragen. Dit werd nu oogluikend toegestaan.

Op 18 mei 1796 werd de eerste steen van het katholieke kerkje gelegd. De municipaliteit zag de scheiding van Kerk en Staat die door de Revolutie zo scherp gesteld was niet zo zitten. Ze bemoeide zich ook nog met de aanstelling van drie kerkelijke functionarissen! De Patriotten stelden nog meer goede veranderingen in: Vrijheid van drukpers: iedereen mocht schrijven en publiceren wat hij wilde, óók de Prinsgezinde partij. Afschaffing van de heerlijke rechten: er hoefden geen gedwongen – onbetaalde – diensten meer gedaan te worden voor de adellijken of regenten. Geen erfelijke bedieningen: je had nu niet langer het recht door de afstamming een bepaalde functie te bekleden. Alle mensen gelijk: afschaffing van de titels, je was nu burger of burgeres.

Bij burgers viel die nieuwe titel direkt goed, de burgeressen weigerden aan de moderne fratsen mee te doen, ze bleven gewoon mevrouw, juffrouw of vrouw. Ook de doden waren gelijk. Het praalgraf van Rabenhaupt, zijn wapenschild en zijn helm werden uit de kerk weggehaald. De heerlijkheid Coevorden hield nu ook op te bestaan. In 1796 wordt Coevorden officieel ingelijfd bij de provincie Drenthe. De Patriotten waren nogal edelmoedig t.o.v. de oude machtshebbers. Niet een werd er vervolgd of ook maar een haar gekrenkt. Zelfs van de bezittingen bleven zij af, dit was tegen de wil van de felle Patriotten. Er zou zelfs gauw sprake zijn van een verzoening die tot meer samenwerking leidde. De vreugde over de komst van de Fransen bekoelde na enige tijd. De edele bevrijders hadden namelijk nogal typische opvattingen over het mijn en dijn. Ze sneden bijvoorbeeld in Gasselte, in het openbaar, de plaatselijke predikant de zilveren gespen van de schoenen. Deze privé bemoeienissen waren nog het ergste niet, echter ook de ingreep in de Staatszaken ging nog niet zo best.

Federalisten

Provincie zo groot mogelijke zelfstandigheid Unitaristen. Eén centraal bewind met onderworpen gewesten. Na veel gekibbel grepen de Fransen in 1798 in. Zij hadden liever te doen met één republiek. De Unitaristen wonnen, waardoor weer besluiten genomen konden worden. Coevorden komt onder het departement van de Oude IJssel. Dit heeft wel geleid tot een saamhorigheidsgevoel dat kon uitgroeien tot een nationaal volksbesef! Patriotten en Regenten zaten naast elkaar op de bestuursposten. Hierdoor ging wel de democratische macht van de burger weer gedeeltelijk verloren! Op 4 april 1805 was door het Dep. Bestuur van Overijssel een reglement goedgekeurd voor het bestuur van Coevorden: de stadsregering heette weer magistraat: bestaande uit vier burgemeesters en een secretaris.In 1806 begint een nieuwe periode, namelijk die van het Koninkrijk Holland. We krijgen nu te maken met de jonge (27 jaar) tot koning gebombardeerde broer van Napoleon, Lodewijk Napoleon. Hij zet zich erg in voor vele aangelegenheden. In 1809 brengt hij zelfs een bezoek aan Coevorden en Assen. De aantekeningen van dit bezoek worden nog steeds bewaard te Parijs.Verschillende verzoeken bereiken de Koning tijdens zijn bezoek: de Joden vragen ƒ 1000.-- voor hun niet zo best lopende kerk. L.N. schrijft er eigenhandig ƒ 500,-- bij. Het Hervormde Centrum krijgt ƒ 1000,-- (is de koning misschien onder de indruk gekomen van het grote aantal soldatenkinderen?). De Katholieken vragen een bedrag voor de genezing en de hult van hun armen. Ook zij krijgen ƒ 500,--.

Aan militaire voedingen wordt ƒ 2000,-- betaald; dat zou ook tijd worden, want er was al sinds twee jaar niet meer betaald! Voorts werd toegezegd om een kanaal te graven "díci dans le Vecht". Dit kanaal zou echter nog wel jaren op zich laten wachten. Ook de vestingwerken zijn natuurlijk bezocht. Over de kwaliteit wordt niet gesproken. Zij zullen echter niet in de allerbeste toestand verkeerd hebben, daar de Coevorder wallen de laatste 100 jaar niet meer gebruikt waren!! De notities, gemaakt door een van zijn functionarissen werden door de koning meestal van wat krabbeltjes voorzien, die onleesbaar bleken!
Zo ook zijn aantekeningen over niet betaalde leveranties, die zelfs voor het personeel van de Archives de France onleesbaar waren. Van een betaling van bovengenoemde leveranties is dan ook nooit iets gebleken.

Op 11 maart 1809 tekende Lodewijk Napoleon te Coevorden een besluit, waarbij aan Joden in het Koninkrijk wordt toegestaan collecten voor hun armen te houden. Dit was aan de andere kerkgenootschappen al eerder toegestaan.
Dit in Coevorden toegestane verzoek geeft voor de Joden in de rest van ons land ook positief gewerkt. In Assen stelde de koning nog een ƒ 1000,-- beschikbaar voor een pont over de Vecht in de weg Coevorden – Gramsbergen.

Coevorden zal zeker niet zoveel last gehad hebben van het Continentale Stelsel. Door het nu veel makkelijker grensverkeer ontstond er een veel grotere bedrijvigheid.

Door de belastingen werden de siroop en de suiker erg duur, terwijl de beetwortel niet de juiste eigenschappen had voor de keurige smaak van de ijzerkoeken. Dit gebruik werd dan ook tijdens die laatste Franse jaren iets minder. Of gaven de handelende inwoners die op nieuwjaarsdag de "nejjoarskoeken" in tonnen en vaten hadden klaarstaan voor de minderbedeelden, er wat minder om?

Keizer Bonaparte zag in Coevorden nog wel een verdedigingsstad. Reeds tijdens de Bataafse Republiek waren we als bondgenoot van Frankrink meegetrokken bij alle oorlogshandelingen van Frankrijk.
De Oostelijke grens moest tegen een vijand van die kant verdedigd kunnen worden! In 1797 was hiervoor reeds de schans, de Catshaar, aangelegd, gelegen aan een zandpad, grendelde deze schans de tweede toegangsweg tot Drenthe, via Emlichheim, Vlieghuis en Dalerveen, veilig af. Gevochten is hier echter nooit. De schans werd in 1960 voor maar liefst ƒ 40.500,-- gerestaureerd!

In 1810 worden ook de Coevordenaren door inlijving Franse onderdanen. Coevorden wordt ingedeeld bij de prefectuur Groningen in het departement van de Wester-Eems. De inlijving brengt nogal wat onprettige maatregelen met zich mee. Er komt een loting voor dienstplichtigen in Napoleons leger (de Conscriptie). Ook Coevorder jongens moeten onder de wapenen, een enkeling gaat zelfs vrijwillig. Zo ook Dubbeld Hemsing van der Scheer, die als garde d’honneur met Napoleons legers meetrekt. Hij tekende zijn belevenissen op in een dagboek, dat heel lang is zoek geweest, tenslotte is teruggevonden en nu in het Drentse archief zit. Vele aangewezenen gingen er vandoor en doken onder in een of ander Drents dorp. Vermogende ouders kochten vaak een plaatsvervanger die voor een bepaald bedrag de dienst overnam. In 1811 worden de magistraten volledig naar Frans voorbeeld georganiseerd. Coevorden krijgt als maire B. Slingenberg. Als in 1812 nogmaals lotelingen opgeroepen worden, is ook in Coevorden de belangstelling nog minder en het aantal onderduikers nog groter.